4.1 Ruimten

  • Ruimten zijn: volumes en ook oppervlakken, omsloten door werkelijke of theoretische grenzen, met een functie in een bouwwerk.
  • Maak van ruimten een IfcSpace en benoem de functie.
  • Gebruik voor het
    groeperen van ruimten
    in zones IfcZone.

Hoofdstuk 4.1

Volumes en oppervlakken

Ruimten zijn volumes en oppervlakken die gebruikt worden als hulpmiddel in verschillende processen gedurende de levenscyclus van een bouwwerk. Ruimten zijn namelijk erg belangrijk voor het hergebruik van informatie. De toepassing is enorm divers, maar kan worden ingezet voor onder andere:

Ruimten (volumes)

Ruimten (oppervlakken)

Ruimtelijk en registratief 

Ruimten zijn onder te verdelen in ruimtelijke-, en registratieve elementen. Ruimtelijke elementen zijn de ruimten zelf, begrensd en exclusief scheidingsconstructie. Registratieve elementen zijn oppervlakken en compartimenten.

Ruimtelijke elementen, bouwwerkkundig

Ruimtelijke elementen, installatietechnisch

Registratieve elementen

Ruimten en oppervlakken (IfcSpace)

Ruimten leveren belangrijke bouwwerkinformatie, die bepalend zijn voor veel andere onderdelen van het gebouw. Dit kan door verschillende betrokkenen hergebruikt worden voor de eigen werkzaamheden (bijvoorbeeld: het berekenen van de grootte van luchtkanalen door een installateur). 

Het toevoegen van informatie aan een ruimte wordt niet van alle betrokkenen verwacht, denk bijvoorbeeld aan een wandenleverancier. Deze leverancier kan zelf wel weer informatie halen uit de ruimten die worden gescheiden door diens wanden. Denk aan brandklasse, inbraakwerendheid of gebruik (bijvoorbeeld een badkamer). 

Gebruik

Spreek van tevoren met elkaar af hoe je ruimten en oppervlakken wilt gebruiken. Het gebruik dicteert immers aan welke spelregels deze moeten voldoen, bijvoorbeeld het hanteren van nationaal geldende regels voor het bepalen van oppervlakken. Een ruimte heeft een naam (Name) en een type (ObjectType). Bij een naam kun je denken aan toilet of woonkamer. Deze twee namen hebben ieder een andere functie; ze zijn van een ander type. Het type is de gebruiksfunctie volgens het geldende bouwbesluit. In de voorbeelden toilet en woonkamer zijn dat respectievelijk ‘toiletruimte’ en ‘verblijfsruimte’.

Zonering (IfcZone)

Door ruimten te groeperen in zones kunnen filters gemaakt worden. Zo is een woning een verzameling ruimten. Woonkamer, slaapkamers, sanitaire ruimten. Door elk van deze ruimten te voorzien van een naam (Name) is het mogelijk om alle ruimten van één woning apart te selecteren. 

Sommige zones komen vaker voor, zoals een woningtype. Andere zones zijn uniek, zoals een bouwnummer. Namen van zones kunnen nietszeggend zijn, zoals ‘A’. Hiervoor dient de type-eigenschap ObjectType. Daarin wordt aangegeven dat de naam ‘A’ bij het ObjectType ‘woningtype’ hoort. 

Een woonkamer is bijvoorbeeld onderdeel van een verblijfsgebied, bouwnummer, woningtype, (sub)brandcompartiment en/of bouwdeel. Elke zone heeft een naam en bijbehorend type waarin dit staat omschreven. Elke ruimte kan daarmee deel uitmaken van meerdere zones.

Afbeelding 4.1.1: Schematisch voorbeeld van een woonkamer en toilet 

De twee blokken in afbeelding 4.1.1 zijn de ruimten woonkamer en toilet. Het type staat eronder. Aan de ruimte kunnen eigenschappen zijn gekoppeld vanuit de PsetSpaceCommon. De meest voorkomende eigenschappen zijn wand-, vloer-, en plafondafwerking (WallCovering, FloorCovering en CeilingCovering). Daarnaast wordt vaak de toegankelijkheid aangegeven, zoals rolstoeltoegankelijk en/of publiek toegankelijk.

Het grijze vlak is een zonering (IfcZone) die aangeeft dat beide ruimten onderdeel zijn van hetzelfde appartement, woningtype en bouwnummer. De eisen voor toegankelijkheid zijn ook hier van toepassing volgens de IfcZoneCommon.

De rode stippellijn geeft brandcompartimenten weer. Deze twee ruimten behoren beide tot hetzelfde brandcompartiment. Wanneer je iets wilt zeggen over brandveiligheid, dan is er een de extra eigenschappenset Pset_SpaceFireSafetyRequirements. Deze is van toepassing op zowel IfcSpace als IfcZone. Dit geldt voor meerdere eigenschappensets.

Afbeelding 4.1.2: IFC viewers

Wanneer we de informatie uit afbeelding 1 verwerken en exporteren naar IFC zien we deze terug in de viewers. In afbeelding 4.1.2 is te zien dat de naam (Name) ‘woonkamer’ is en het type (ObjectType) ‘verblijfsruimte’.

Afbeelding 4.1.3: PsetSpaceCommon

De PsetSpaceCommon met de vijf benoemde eigenschappen.

Afbeelding 4.1.4: Zones

In afbeelding 4.1.4 zijn de vier zones rood omkaderd. In de boomstructuur zijn de vier zones te zien. In het model is de woonkamer geselecteerd. Het onderste rode kader laat de eigenschap ‘Zone’ zien. De waarde is niet één zone, maar de vier zones waartoe deze ruimte behoort.

Afbeelding 4.1.5: Zone classificatie

Indien je nog een stap verder wilt gaan, is het zelfs mogelijk om van de zones een classificatie te maken.

Deel deze pagina: