Home Digitale samenwerking BIM Clubhuis

Om startende publieke opdrachtgevers op weg te helpen met Bouwwerk Informatie Management (BIM) hebben ervaren collega’s bij gemeenten en provincies de meest gestelde vragen rondom dit thema van een antwoord voorzien. We hebben hier de vragen in een viertal groepen geordend, zodat iedereen snel zijn weg kan vinden op het terrein van BIM. Heb je specifieke vragen, zoek dan contact met BIM Loket, zodat zij je in contact kunnen brengen met ervaren collega’s op dit terrein. Je kunt hiervoor gebruik maken van de helpdesk.

Bij een publieke opdrachtgever staat BIM vaak voor ‘Bouwwerk Informatie Management’. Het BIM Loket geeft de voorkeur aan deze definitie voor BIM, boven twee andere gangbare definities: Bouwwerk Informatie Modellering en Bouwwerk Informatie Model. Met BIM staat data centraal die gemakkelijk kan worden uitgewisseld tussen partners "in de keten" gedurende de levenscyclus. Hiermee kan samen ontworpen en inzichtelijker gebouwd en onderhouden worden.

De kern van BIM is dus een informatiemodel waarin objecten met hun onderlinge relaties, kenmerken en geometrie zijn vastgelegd. De visualisatie hiervan wordt vaak gedaan aan de hand van een digitale 3D weergave. De Bouw informatie Raad heeft diverse BIM Kenniskaarten uitgegeven, waaronder Kenniskaart 0 met uitleg over "Wat is BIM en waarom gebruik je BIM". Deze kenniskaarten worden naar verwachting in 2021 geactualiseerd.

Een BIM-model is vooral bedoeld om de efficiency van bouw- en onderhoudsprocessen te bevorderen en risico's te beperken. De kracht van BIM is dat het niet alleen intern wordt toegepast, maar ook bij geïntegreerde samenwerking gedurende de hele levenscyclus (van ontwerp tot sloop) van de asset of het bouwwerk. Alle digitale informatie wordt gedeeld, gekoppeld en beheerd, waardoor informatieverlies aanzienlijk wordt beperkt. Opdrachtgevers verwachten dat de voordelen van BIM vooral de komende vijf jaar worden gerealiseerd; met name op termijn in de gebruik en beheerfase van de assets.

Met BIM kan een publieke opdrachtgever zijn informatie van de assets in het beheerde wegen- en waternetwerk steeds beter op orde krijgen. Dit gebeurt door goede samenwerking in projecten en een gestructureerde digitale informatie overdracht tussen stakeholders in de levenscyclus van deze assets. Zo komt de informatie nu en in de toekomst beschikbaar voor besluitvorming rondom deze assets en wordt het informatieverlies beperkt. Met BIM worden de bouw- en onderhoudsprocessen beïnvloed, gestandaardiseerd, versneld en verbeterd. Meer informatie over de BIM-doelen en -initiatieven en andere informatie over BIM bij publieke opdrachtgevers kun je vinden op de site van het BIM Loket. 

Bekijk de video 'BIM, stiekem best een grote verandering'. Hierin geven drie grote publieke opdrachtgevers inzicht in hun jarenlange ervaringen met BIM. In aanvulling daarop heeft de Gemeente Amsterdam ook haar BIM-werkwijze in een animatie vastgelegd. 

Het werk verandert niet volledig met BIM, maar de werkprocessen worden beïnvloed en zullen meer worden gestandaardiseerd (conform ISO19650) en versneld door het toepassen van BIM-instrumenten. Dit omvat de introductie van nieuwe instrumenten en aanpassingen van de huidige processen. Hiermee wordt meer inzicht verkregen en wordt de besluitvorming versneld, maar het vereist ook aanpassingen van de werkwijze van medewerkers. Het is belangrijk dat gegevens digitaal worden gedeeld en centraal worden uitgewisseld, zodat revisies en informatieverlies beperkt blijven.

Het werken met BIM voor onderhouds- of aanlegprojecten is grotendeels hetzelfde. In beide projecttypen wordt gebruik gemaakt van een ILS en OTL. Er zijn verscheidene medewerkers met diverse rollen bij betrokken. De meeste BIM-processen (zoals planning, contractering en datalevering) moeten worden uitgevoerd, omdat ze onderdeel zijn van beide typen projecten van de opdrachtgever.

Een verschil tussen aanleg en onderhoudsprojecten is, dat bij een aanlegproject vaak ook een ontwerp gemaakt dient te worden wat vaak resulteert in een BIM-model. Bij onderhoudsprojecten zijn vaak al veel gegevens van het project beschikbaar bij de opdrachtgever, die vooraf al gedeeld kunnen worden. Bij aanlegprojecten is de beschikbare informatie vaak beperkter. In beide projecttypen worden vergelijkbaar veel gegevens uitgevraagd.

Functionele en technische eisen vormen de basis van elke asset in de openbare ruimte. Bij aanleg- en soms ook bij onderhoudsprojecten worden deze eisen als basis voor de ontwikkeling van het ontwerp aan de engineer meegegeven. Deze eisen kunnen digitaal worden gedeeld via een informatiesysteem (Relatics wordt vaak gebruikt) of met behulp van de OTL. Sommige opdrachtgevers gebruiken een digitaal uitwisselingsplatform of informatiestraat om data en deze eisen te delen tussen de opdrachtgever en haar partners (zoals engineeringsbureaus en bouwbedrijven). 

Bij publieke opdrachtgevers worden momenteel een viertal BIM-instrumenten gebruikt. Het meest herkenbaar is een BIM-model, een inzichtelijk 3D-informatiemodel. De Object type Library of OTL wordt gebruikt om mee aan te geven welke data behoefte je hebt, om data te structureren en databases te verbinden. De ILS (informatie leveringsspecificatie of EIR conform ISO19650) is een contractdocument, dat duidelijk vermeldt welke gegevens vereist zijn, in welk formaat en wanneer deze door de opdrachtnemende partij, vaak een bouwbedrijf moeten worden aangeleverd. Soms wordt ook een tweede contractdocument, het BIM-protocol gebruikt om de overige, veelal contractuele afspraken, vast te leggen rondom BIM met deze partij(en). Alle BIM-instrumenten kunnen ook worden gebruikt in onderhoudsprojecten.

Voor digitale uitwisseling van informatie moeten de opdrachtgever en het bouwbedrijf de gegevens kunnen verwerken in een tekening of BIM-model. Hiervoor zijn afspraken nodig die zijn vastgelegd in BIM-instrumenten, zoals de ILS en de OTL. BIM-instrumenten worden steeds vaker landelijk gestandaardiseerd. Open BIM-standaarden waarborgen dat alle betrokken partijen met dezelfde BIM-informatie werken, zodat ze de informatie van hun partners kunnen (her)gebruiken. VISI, NLCS en IFC zijn voorbeelden van bij publieke opdrachtgevers gebruikte open BIM-standaarden.

Een Informatie Leveringsspecificatie (ILS) is een document waarin procesafspraken over de gegevensoverdracht worden geregeld als onderdeel van het contract tussen de opdrachtgever en het bouwbedrijf. Indien er geen OTL wordt gebruikt dan wordt in de ILS afgesproken welke gegevens de opdrachtgever in verschillende projectfasen (wanneer) van de aannemer ontvangt en in welke formaten deze gegevens (hoe) worden aangeleverd. Als ook een OTL wordt gebruikt door de opdrachtgever dan staat dit in de ILS vermeld en worden hier juist de te leveren gegevens (welke) gestructureerd aangegeven.

Met de ILS wordt een uniforme uitwisseling van informatie met betrekking tot gegevens en gegevensstructuren tussen opdrachtgever, engineer en bouwbedrijf gewaarborgd. De ILS bevat duidelijke afspraken over het leveringsproces, de verantwoordelijkheden van de opdrachtgever en het bouwbedrijf/de aannemer op het gebied van informatielevering, de methode (bijvoorbeeld via een OTL) en frequentie van informatieoverdracht en de toe te passen standaarden. Je vraagt zo het bouwbedrijf om betrokkenheid (vanaf de start van een project), zodat je uiteindelijk goede gegevens ontvangt en je vergemakkelijkt zo de oplevering / inbeheername van je project omdat er geen discussies meer zijn over op te leveren data / informatie.

Een BIM Protocol is een contractdocument waarin de overige, veelal contractuele afspraken rondom BIM zijn vastgelegd. Hier staan de eisen naar het bouwbedrijf vermeld; wat hij mag verwachten en wat er van hem verwacht wordt om BIM toe te passen. Vaak wordt hierin een BIM Uitvoeringsplan van de aannemer gevraagd.

VISI is de Nederlandse variant van de ISO-standaard 29481 (deel 2) voor formele communicatie en informatieoverdracht bij projecten. Met VISI kunnen partijen hun digitale samenwerking inrichten, door communicatieafspraken te structureren, te bewaken en op te slaan. Veel publieke opdrachtgevers passen deze standaard in samenwerking met bouwbedrijven in projecten toe.

VISI is een open standaard, die zich richt op samenwerking en transparante communicatie tussen de opdrachtgever en het bouwbedrijf in een (bouw)project. Met behulp van VISI wordt bepaald wanneer (proces), wie (rol), wat (informatie), aan wie (rol) aanlevert. Hierbij kan gedacht worden aan het geven van opdrachten, het aanleveren van tijdschema’s, het opleveren van resultaten , meer- en minderwerk en het melden van (financiële) afwijkingen. Het doel van VISI is om de transparantie en traceerbaarheid van de contractuele afspraken te vergroten en onherroepelijk vast te leggen (conform de Archiefwet) en hiermee de kwaliteit en efficiency te verhogen en de doorlooptijd te verkorten. Het gebruik van VISI voor communicatie bevordert het juridisch verantwoord afspraken maken en vastleggen.

Een Object Type Library (OTL) is een verzameling van vooraf gedefinieerde assets (woordenboek), hun onderdelen en eigenschappen in een ordelijke structuur, ofwel zogenaamde ontologie. In de OTL is de databehoefte (welke gegevens) van de opdrachtgever vastgelegd per assettype; een gestructureerde weergave van haar informatiebehoefte. In een OTL kan bijvoorbeeld worden bepaald wat wordt bedoeld met een 'lichtmast': welke eigenschappen heeft een lichtmast, in welke eenheden worden die eigenschappen uitgedrukt, wat wil de opdrachtgever aan gegevens hiervan hebben, welke functies kan de lichtmast hebben en hoe past deze in de taxonomie van een heel licht netwerk. Daarnaast geeft een OTL aan welke relaties er bestaan tussen verschillende typen objecten.

Een OTL wordt ontwikkeld en gebruikt om data te structureren en informatiebronnen en/of databases te verbinden. Een OTL wordt ook vaak in projecten in digitale vorm meegeleverd om aan te geven welke gegevens de markt (volgens 'het woordenboek') gestructureerd dient aan te leveren. Doordat vanaf het begin helder is welke gegevens worden uitgevraagd, wordt de OTL bij de datateruglevering ingezet om de door projecten aangeleverde gegevens aan die uitvraag te kunnen toetsen. Voordelen hiervan zijn uniform gestructureerde dataleveringen en verbetering in datakwaliteit. Zo dragen de ontwikkeling en het gebruik van een OTL ertoe bij dat alle partners gedurende de hele levenscyclus van assets dezelfde taal spreken, waardoor het gemakkelijker wordt om gegevens te vinden, te delen en te hergebruiken.

Een BIM-model is een digitale 3D-representatie, welke daarmee inzichtelijker en consistenter is dan een verzameling van afzonderlijke 2D-tekeningen van een project, disciplines of meerdere assets. Dit model bevat assetinformatie, zoals documenten, technische eisen, kosten en vaak ook een gedetailleerde planning van de beoogde bouw of herinrichting. Het vormt de basis voor het ontwerpen, bouwen en eventueel ook gebruik en beheer van assets. 

In een BIM-model worden zoveel mogelijk projectgegevens bewaard en vaak up-to-date en consistent bijgehouden tijdens ontwerp en realisatiefase van een project. Hierdoor is een betere afstemming mogelijk tussen bouwpartners, kunnen de kosten van storingen worden verlaagd en kunnen inhoudelijke koppelingen worden gemaakt met kostenberekening, sterkteberekeningen, hoogwaardige visualisatietoepassingen en planningssoftware. Met een dergelijk BIM-model kunnen ook zogenaamde 'clashes' worden uitgevoerd, waarbij de computer ontwerpfouten vindt, zodat deze al voor de uitvoering van een project kunnen worden gecorrigeerd.

IFC (Industry Foundation Classes) is een open standaard (ISO 16739) voor de uitwisseling van BIM-modellen en wordt beheerd door buildingSMART International. IFC is een specifiek data model schema dat wordt toegepast om BIM-modellen tussen twee of meerdere softwarepakketten uit te wisselen. IFC wordt hierbij gebruikt als een gestandaardiseerde exportfile uit een zogenaamd native BIM-model. De IFC-standaard 4.3 komt halverwege 2021 voor de GWW-sector ter beschikking en kan dan worden gebruikt voor een gestandaardiseerde uitwisseling van BIM-modellen m.b.t (spoor)wegen, bruggen, havens en waterbouwkundige werken. IFC voor tunnels is nog in ontwikkeling.

Een CAD-tekening visualiseert meestal een asset in 2D. Het BIM-model vertegenwoordigt een asset in 3D en geeft meer inzicht in de verbindingen tussen assetonderdelen. 2D-tekeningen kunnen worden gegenereerd vanuit een BIM-model. Dit betekent voorlopig nog niet dat we geen gebruik meer zullen maken van de al in omloop zijnde tekeningen bij publieke opdrachtgevers.

Een Digital Twin is een virtuele, digitale weergave van de asset of een complex van assets. De Digital Twin representeert op unieke digitale wijze de echte (externe) asset, vaak in 2D, 3D, 4D of 5D. De Digital Twin verbindt de realtime gegevens (Internet of Things) van de geïnstalleerde sensoren van de fysieke asset met die van het virtuele model. Deze verzamelde gegevens helpen bij het optimaliseren, bewaken en analyseren van de prestaties van fysieke assets. Zie ook de Routekaart Gemeenten voor de ontwikkeling hiervan.

Het BIM loket vermeld in haar kenniskaarten (die in 2021 worden geactualiseerd) de formele BIM-rollen zoals die door marktpartijen in de bouwsector worden gebruikt. Bij publieke opdrachtgevers en in de animaties en bijbehorende e-learning ligt de focus op de bij BIM betrokken rolhouders en hun taken aan opdrachtgeverskant. Door de digitale transitie en BIM gaan de rollen en bijbehorende taken de komende tijd veranderen. We willen waarborgen dat alle huidige rolhouders die betrokken zijn bij BIM, zich hierin kunnen vinden en daarom hebben we gekozen voor de volgende definities van de rollen genoemd in deze e-learningmodule en animaties. De projectmanager, vaak ook de projectleider, is de verantwoordelijke voor de uitvoering, begeleiding en aanbesteding van een project. Soms wordt al het ontwerp- en engineeringwerk binnen een publieke opdrachtgever, bijvoorbeeld door een eigen ingenieursbureau zelf uitgevoerd. Ook de assetmanager geeft in dit kader beleidsdoelstellingen of eisen mee aan de projectmanager en de engineer. De engineer (intern of extern) wordt gedefinieerd als de persoon die verantwoordelijk is voor het verzamelen van alle functionele en technische vereisten (soms samen met de technisch manager) en het maken van het eerste basisontwerp en soms ook het gedetailleerde ontwerp van het project. Technici die verantwoordelijk zijn voor deze eisen en de engineer hierbij helpen, krijgen dezelfde rol in deze animaties en e-learningmodule. De assetmanager is ook verantwoordelijk voor het bijwerken van de noodzakelijke gegevens voor planning, gebruik en onderhoud. De databeheerder is verantwoordelijk voor het verzamelen en bijhouden van alle typen assetgegevens die de publieke beheerder nodig heeft gedurende alle levenscyclusfasen. Bij sommige publieke opdrachtgevers wordt dit ook de informatiemanager of gegevensbeheerder genoemd of die krijgt deze taak/rol te vervullen.

De projectmanager stelt het contract op, waarin met behulp van de BIM-instrumenten, de benodigde assetinformatie, de eisen van de opdrachtgever en de project specifieke gegevensbehoeften zijn vastgelegd. De OTL wordt vermeld in de ILS (ook wel Exchange Information Requirements, EIR, genoemd in de ISO19650). De toepassing van BIM versnelt de overdracht van informatie en daarmee de besluitvorming en samenwerking in de keten.

Tijdens de bouw kan de projectmanager met behulp van het BIM-model aan de hand van de ILS de betrokken stakeholders transparanter informeren over de voortgang van het project en de gerelateerde gegevens.

Daarnaast maakt het gebruik van de VISI-standaard de communicatie met het bouwbedrijf eenvoudiger en meer gestructureerd, zodat de projectmanager de gegevens gemakkelijker digitaal kan overdragen aan de databeheerder en assetmanager na afronding van het project.

Aan het begin van een project (de initiatiefase) controleert de databeheerder welke gegevens van de assets in het projectgebied al beschikbaar zijn. Op basis hiervan kan de databeheerder samen met de assetmanager beoordelen welke aanvullende gegevens nodig zijn en in welke structuur de gegevens aan de markt moeten worden opgevraagd. Deze gegevensbehoefte nemen ze op in de ILS of OTL. Zodra het bouwbedrijf bij oplevering de gegevens heeft aangeleverd, kan de databeheerder, samen met de assetmanager, deze aan de hand van de ILS en de OTL valideren en controleren. De digitale opslag van de gegevens kan veranderen door deze te structureren en te beheren in een BIM-model op basis van de bestaande beheermanagement systemen. Sommige databeheerders onderhouden de ILS en OTL voor hun afdelingen of organisatie.

Wanneer de databeheerder heeft gecontroleerd welke gegevens er al beschikbaar zijn over de assets in het geplande gebied van een project, kan de assetmanager kiezen welke aanvullende gegevens nodig zijn en aan welke eisen de assets dienen te voldoen, om het project goed te starten. Deze gegevensbehoefte en eisen worden dan opgenomen in de ILS of OTL en kunnen later worden gebruikt tijdens de gebruik en beheerfase. Zodra de opdrachtgever de gegevens van het bouwbedrijf krijgt, kan de assetmanager aan de hand van de ILS of OTL de gegevens beoordelen, samen met de databeheerder, die ze verwerkt of inleest in de databases of documentmanagementsystemen. Wanneer er voor wordt gekozen de data op te slaan in een BIM-model, dan zijn de gegevens ook 3-dimensionaal toegankelijk voor de assetmanager en databeheerder.

De engineer verzamelt de functionele en technische eisen voor het project. Aan de hand van deze eisen maakt de engineer (intern of extern) het basisontwerp en/of een gedetailleerd technisch ontwerp in een BIM-model of 2D-tekening. Vervolgens wordt het basisontwerp gedetailleerd en verfijnd in een definitief ontwerp, soms in samenwerking met of door het bouwbedrijf. In dit BIM-model kan de engineer door toetsing aan de OTL gemakkelijker vaststellen welke informatie nog ontbreekt. Met dit BIM-model biedt de engineer of modelleur inzicht aan de projectmanager en assetmanager, vaak met behulp van bijvoorbeeld een BIM-viewer.

De projectmanager kan met een BIM-model interne en externe stakeholders informeren over de plannen, de uitvoering en de implementatie van een project.

Tijdens de initiatie- of planfase definieert de assetmanager, soms samen met de projectmanager, de eisen en doelstellingen aan het project. De assetmanager start de voorbereiding, voert inventarisaties uit en zorgt voor betrokkenheid van de stakeholders. Het is ook belangrijk dat de databeheerder eerst goed kijkt welke gegevens er al beschikbaar zijn over de assets in het projectgebied. Het is de taak van de databeheerder om aan de hand van de OTL te bepalen welke gegevens moeten worden opgevraagd en in welke vorm. Op basis hiervan worden de OTL en ILS projectspecifiek gemaakt om te worden opgenomen in het contract.

Tijdens deze fase zal het projectteam (soms vanuit assetmanagement) alle voorbereidingen treffen voor de contractering van het project, waaronder de planning en eisen van het geheel, maar ook simulaties van alternatieve planningen. Deze fase omvat ook de uiteindelijke keuze van het gegevensuitwisselingsproces, het gebruik van standaarden en de totale databehoefte. Het basisontwerp wordt vaak door een ingenieursbureau gemaakt als een gegevensstructuur in een tekening of een BIM-model. Dit BIM-model wordt samen met de OTL en de ILS als aanvullende componenten opgenomen in het contract met het bouwbedrijf.

Het bouwbedrijf gebruikt in de bouwfase de ILS, de OTL, de aangeleverde as-is data uit het beheersysteem van de opdrachtgever, eventueel het basisontwerp en breidt dit uit tot een definitief uitvoeringsontwerp, eventueel samen met de engineer. Vaak gebruikt het bouwbedrijf een BIM-model. Dit BIM-model helpt niet alleen bij de bouw, planning, logistiek en kosten, maar kan ook worden gebruikt om het projectteam bij de opdrachtgever en andere stakeholders van informatie te voorzien en deze te delen. De opdrachtgever kan zo de ontwikkeling volgen en indien gewenst bijsturen. Tijdens deze fase wordt de samenwerking, de data-leveringen en de communicatie tussen bouwbedrijf en opdrachtgever eventueel met VISI gefaciliteerd.

Het project eindigt wanneer het bouwbedrijf de werkzaamheden heeft voltooid en alle bijbehorende gegevens conform de afspraken (in de ILS en OTL) heeft geleverd aan de projectmanager. Na controle en validatie van de aangeleverde gegevens t.o.v. de OTL geven de databeheerder, de assetmanager en de engineer daarop de uiteindelijke goedkeuring. De assets kunnen weer in gebruik genomen worden en de data wordt in beheer genomen.

De meeste nieuwe gegevens worden gegenereerd tijdens aanleg- en herinrichtingsprojecten die nodig zijn in de gebruik- en beheerfase. Tijdens deze fase werken de assetmanager en databeheerder de gegevens op een gestructureerde manier bij in hun databases, GIS-systemen en documentmanagementsystemen. Deze informatie wordt ondermeer gebruikt voor monitoring, analyses en programmering van onderhoud. De assets in het wegen- en waternetwerk worden gebruikt, tot ze uiteindelijk wordt gesloopt of gerenoveerd.

Aan het einde van de gebruik- en beheerfase functioneren de assets niet meer en zijn ze niet meer bruikbaar. Dit wordt vaak de sloop- of renovatiefase van assets genoemd. In deze fase speelt BIM ook een rol. Wanneer hoeveelheden en materiaalsoorten van de assets of hun onderdelen worden geregistreerd in de OTL, is scheiding van afval, hergebruik en recycling daarmee te plannen. Hiermee kan door de opdrachtgever worden bijgedragen aan haar duurzaamheidsdoelstellingen.

VISI is een (inter)nationale open BIM-standaard, in Nederland beheerd door het BIM Loket. Alle informatie over VISI is te vinden op de VISI website van het BIM Loket. Per project worden vaak zogenaamde raamwerken gemaakt, waardoor VISI wordt toegepast voor de interne projectcommunicatie bij zowel de opdrachtgever als het bouwbedrijf.

De ILS wordt opgesteld voor en vaak ook door de datamanager en de assetmanager. Vervolgens wordt de ILS in de praktijk getest in projecten en verbeterd in samenwerking met de bouwbedrijven die deze projecten uitvoeren en de gegevens aanleveren. Samen met de projectmanager zorgen de databeheerder en de assetmanager ervoor dat het bouwbedrijf zich ook houdt aan de ILS. Na voldoende testen in de praktijk wordt de ILS in beheer genomen vaak in de afdeling Assetmanagement van een opdrachtgever en door hen beschikbaar gesteld op "het contractenbuffet" bij de afdeling contractering of inkoop voor projectmanagers.

De OTL wordt vaak ontwikkeld door modelleurs vanuit een intern of extern ingenieursbureau. Inhoudelijk worden de gegevensbehoefte en eisen aangeleverd, gecontroleerd en regelmatig vernieuwd vanuit de afdeling Assetmanagement of Databeheer. De OTL wordt uiteindelijk vaak beheerd voor een opdrachtgever (vaak vanuit Assetmanagement of Databeheer) door een afdeling Informatievoorziening of Informatietechnologie (intern of extern) daar dit ingewikkelde informatietechnologie betreft.

De engineer en constructeur gebruiken en onderhouden het BIM-model tijdens een project. Aan het einde van het project kan de databeheerder, op basis van het beleid van de opdrachtgever, besluiten om het BIM-model te onderhouden tijdens de beheer- en gebruiksfase.

Bij veel publieke opdrachtgevers wordt nog geen Digital Twin gemaakt of onderhouden. Vaak is er dus ook nog niet besloten welke afdeling gaat zorgen voor het dagelijkse onderhoud hiervan.

Deel deze pagina: